Spellingcategorieën kaderen helpt de beelddenker

spelling kleurplaten vogelUit het boek Belevend Leren

Voor mij in de praktijk zit Simon. Hij komt bij mij, omdat het moeizaam gaat met spelling. In de les gaat het nog redelijk, maar tijdens de vrije schrijfmomenten bakt hij er niets van. De juf is ten einde raad en redelijk gefrustreerd, ze heeft namelijk al veel geprobeerd en het lijkt maar niet te werken.

Simon is afgeknapt op spelling. Er valt ook weinig te beleven tijdens een spellingsles. Het is saai, de juf praat veel te veel en hij begrijpt eigenlijk ook niet zo goed waarom hij dit moet leren. In mijn lessen neem ik meestal de tijd en de ruimte om te werken aan de motivatie. Waarom leren we eigenlijk spellen? De reden die wij hier voor geven als volwassenen zijn vaak te abstract heb ik gemerkt. Ik ben dus begonnen met het vertellen van verhalen. Ik neem Simon mee naar de tijd van de ridders en de veldslagen. Ik vertel hem dat er in die tijd brieven werden geschreven en met duiven of paarden naar de juiste mensen werden verstuurd. Het was handig voor de lezer als de schrijver goed was in spelling. Stel je voor wat er zou gebeuren als de schrijver twee letters omdraaide of weg zou laten of er bij zou verzinnen. Misschien kwam de ontvanger dan wel met zijn leger op de verkeerde plek en verloren ze de strijd. Ik zie dat Simon helemaal in het verhaal zit. Fijn dat hij nu een beleving heeft om aan terug te denken als hij weer spellingsles krijgt. Elke keer vind ik het weer een uitdaging, maar ook leuk om dit soort verhalen te bedenken, het doet een beroep op mijn fantasie en creativiteit.

In mijn praktijk kader ik daarna de spellingcategorieën voor hem. We hebben klankwoorden, regelwoorden en weetwoorden. Hij krijgt vanspellingkleurplaat aai-ooi-oei mij een foto insteekmapje. Elke keer als we samen gewerkt hebben aan een woord met een spellingsprobleem, mag hij bedenken waaronder dit probleem hoort. Op deze manier maken we samen een spiekboekje met spellingkleurpalen als basis. De categorieën hebben allemaal een kleur, dus dat is lekker snel op te zoeken. Daarnaast mag Simon zelf ‘kapstokwoorden’ bedenken en maken we dus weinig gebruik van kant en klare kaarten. We leggen een zelfstandige naamwoorden-schrift aan voor de ordening in de taal. We lopen lettergrepen en bedenken veel synoniemen en leren ezelsbruggetjes (die soms heel grappig zijn). Elke week schrijft Simon zelf iets in een schriftje. Hij krijgt dan een aandachtspunt mee om aan te denken tijdens deze vrije schrijfopdracht. Bijvoorbeeld, deze week let ik er op dat ik op de juiste plaats hoofdletters schrijf of deze week besteed ik aandacht aan de klankwoorden met aai/ooi/ooi-. De week erna kijken we de tekst samen na. Ook leerde ik hem de “Holeklasadijnvan mevrouw R. Gorissen. Deze leerde ik als kind van mijn remedial teacher om mijn spellingswerk na te kijken.

Simon begint vertrouwen te krijgen in zijn eigen kunnen en ongemerkt ook in zijn vrije schrijven steeds meer correcte spelling toe te passen.

Op school krijgt Simon tijdens zijn dictee voorlopig een aangepast schrift. De juf heeft bolletjes in zijn schrift gezet. Voor elk woord dat in het dictee geschreven wordt, staat al het juiste aantal bolletjes. Simon kan zo geen letters te weinig of te veel schrijven. Op deze manier kijkt Simon niet meer op tegen de dictees en de juf heeft weer een handvat om vol goede moed verder te gaan.

Bij kinderen die in beelden denken, is het belangrijk om creatief te blijven denken. Gaat het niet rechtsom? Wie weet lukt het linksom dan wel. Wist je trouwens dat kinderen pas regelrijp zijn vanaf groep 6? Start dus niet te vroeg met het aanleren van spellingregels.

tineke-verdoes

 

Veel speelplezier!
Tineke Verdoes

 

Share Button

, , , ,

Comments are closed.